Bipolaire stoornis
Typering
Als iemand depressief is, ziet hij alles zwart. Is iemand manisch depressief, dan ziet hij alles afwisselend zwart en wit. Iemand heeft depressieve periodes waarin hij niets kan en niets wil, en manische periodes waarin hij alles kan en alles wil. Dit wordt een bipolaire stemmingsstoornis genoemd: de stemming gaat van het ene uiterste naar het andere. Het is 'himmelhoch jauchend, zum Tode betrübt'. Het is uiterst moeilijk om met zulke heftige schommelingen te leven, zowel voor de betrokkene zelf als voor de mensen om hem of haar heen.
De depressieve periodes hebben dezelfde kenmerken als die bij depressieve mensen. U kunt hiervoor het dossier ‘Depressie’ inzien.
Kenmerken
Net als een depressie, kun je een manie zien als een normale stemming die uit de hand is gelopen. Iedereen voelt zich wel eens extra opgewekt en blij, een tikkeltje overmoedig, optimistisch gestemd. Een manie wordt het als iemand de realiteit uit het oog verliest. Doorgaans bouwt een manische stemming zich op: eerst lijkt het misschien nog wel grappig, maar geleidelijk wordt het steeds grimmiger. Manische mensen zijn overactief, onvermoeibaar, hebben werkelijk het gevoel de hele wereld aan te kunnen, zien geen gevaren of problemen. Ze springen 's ochtends vroeg hun bed uit en draven de hele dag door. Hun agenda staat vaak vol met afspraken en ze zijn zelden thuis. Naarmate het realiteitsbesef verder zoek raakt, kunnen mensen gekkere dingen gaan doen, bijvoorbeeld grote bedragen geld uitgeven of zich in zakelijke avonturen storten. Meestal zijn ze wantrouwig - soms uitgesproken vijandig - ten opzichte van mensen in hun omgeving, die er immers niets van begrijpen. Ze voelen zich juist geweldig en doen geweldige dingen, dus waarom doen anderen dan alsof er iets mis is? Iedereen is gek, behalve zijzelf. Als het lang genoeg doorgaat, kunnen mensen hun greep op de realiteit totaal kwijtraken en wanen krijgen, bijvoorbeeld grootheidswaan. Soms krijgt iemand ook suïcidale neigingen.
Bij mensen die manisch-depressief zijn wisselen manie en depressie elkaar af, in een terugkerende cyclus. Bij sommige mensen gebeurt dat ieder jaar wel één keer, of zelfs nog vaker; bij anderen komt het minder vaak voor, bijvoorbeeld één keer per vijf jaar. Op het moment dat iemand echt manisch of depressief is, leeft hij allesbehalve normaal, maar tussendoor is er eigenlijk niets bijzonders aan de hand. In die evenwichtige tussenperiodes ziet men wat men gedaan heeft en wat voor schade er is aangericht. Die schade kan heel groot zijn: relaties die verbroken zijn, werk dat verspeeld is, schulden, een strafblad, gedwongen opname.
Ontstaan
Manische depressiviteit lijkt een andere achtergrond te hebben dan depressiviteit. Bij manisch-depressieve mensen is er duidelijk sprake van een genetisch bepaalde stemmingsstoornis, die dus via erfelijkheid wordt doorgegeven en als het ware in het lichaam zit ingebouwd. Eerstegraads verwanten van iemand die manisch-depressief is (ouders, broers, zussen, kinderen) hebben iets minder dan 10% kans dat ze depressief worden en 6% kans dat ze manisch-depressief worden.
De stemmingsstoornis is sluimerend aanwezig en kan op allerlei manieren geactiveerd worden: een schokkende gebeurtenis, een verlies, stress op het werk, de overgang naar een nieuwe levensfase, een verhuizing. Het zou bij andere mensen de stemming tijdelijk beïnvloeden, maar leidt bij deze mensen tot een stemmingsstoornis.
Behandeling en extra informatie:
Voor hulp advies en informatie bel, mail of chat met Korrelatie.