Hoe komt het toch dat ik zo verlegen ben

Hoe komt het toch dat ik zo verlegen ben
Ik ben ontzettend verlegen. Hoe komt het toch dat ik zo verlegen ben? Het wordt steeds erger.



Ik zal je informatie geven over wat verlegenheid betekent en hoe het kan ontstaan.

Iemand is onzeker en wordt daardoor geremd in zijn contact met anderen en in zijn bezigheden. De problemen ontstaan doordat de betrokkene een negatief beeld heeft van zichzelf. Verlegenheid wordt ook wel sociale angst genoemd. Sociale angst kan ernstige vormen aannemen, tot een fobie aan toe. Iemand met een sociale fobie heeft buitengewone angst voor contacten en kan daardoor totaal geïsoleerd raken

Sociale angst is te zien als het eindresultaat van een hele keten van gebeurtenissen. Het beginpunt ligt in het zelfbeeld. Iemand heeft negatieve gedachten over zichzelf, zoals: 'Ik kan minder dan een ander' of 'Ik weet toch niets interessants te vertellen'. Negatieve emoties gaan dan een rol spelen: als je in gezelschap komt van anderen voelt je je vervelend en gespannen. Bij de een is dat misschien een vaag ongemakkelijk gevoel, bij de ander kan het regelrechte paniek zijn. Iemand zal door die emoties lichamelijk reageren. Je krijgt bijvoorbeeld hartkloppingen, gaat blozen, transpireren of hyperventileren. Het ligt voor de hand dat dit soort verschijnselen het negatieve zelfbeeld nog verder versterken: 'Zie je wel, ik kan niet eens een normaal gesprek voeren'. Het gevoel van onbehagen en onvermogen wordt ook in het gedrag zichtbaar. Je houdt angstvallig je mond, beweegt je onhandig, maakt jezelf zo onopvallend mogelijk, gaat situaties vermijden, enzovoorts.

Er zijn mensen die eigenlijk altijd en overal verlegen zijn, maar ook mensen die er alleen in bepaalde situaties last van hebben. Zij voelen zich bijvoorbeeld onzeker als ze iets moeten zeggen in een groter gezelschap, als ze met hun superieuren op het werk moeten praten of als ze op een receptie zijn.

Waarom de een wel last heeft van verlegenheid en de ander niet, is niet duidelijk. In sommige families komt verlegenheid vaker voor. Erfelijkheid lijkt een rol te spelen. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander. Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst of paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.

Er is ook een theorie (sociale leertheorie) dat het probleem ontstaat door ervaringen die de betrokkene als kind heeft opgedaan. De eerste mogelijkheid is dat zich in contacten binnen of buiten het gezin situaties hebben voorgedaan, die een gevoel van angst en spanning opriepen. Die spanning komt dan later in de een of andere vorm steeds weer terug. De tweede mogelijkheid is dat zich situaties hebben voorgedaan, die tot boosheid hebben geleid, zonder die boosheid te kunnen uiten. Kinderen die gevoelens van boosheid niet mogen uiten, vertalen hun boosheid soms als angst. Angstig gedrag wordt vaak beter geaccepteerd dan kwaad gedrag. Als dit gebeurt, kan angst een vaste reactie worden in allerlei spannende situaties. Verlegenheid is dan het gevolg.

Nog een andere (cognitieve) theorie gaat ervan uit dat verlegenheid ontstaat door het karakter van de betrokkene, door zijn manier van denken en doen. Ieder mens reageert anders op spanning en teleurstelling. De een stapt er fluitend overheen, de ander voelt zich een hopeloze mislukking en wordt onzeker. Als dat laatste het geval is, kan iemand proberen 'mislukking' te vermijden. Door bedreigende situaties uit de weg te gaan, wordt het steeds moeilijker hiermee om te gaan.
Verlegen mensen lijken het gevaar van bepaalde situaties te overschatten en worden angstig. De angst die ontstaat, kan verschijnselen als hartkloppingen en benauwdheid veroorzaken. Dit geeft hen het gevoel dat ze de situatie niet aankunnen. Verlegen mensen zijn bang dat anderen dit zullen merken. Dit versterkt de angst, waardoor ze in paniek raken.

Verlegenheid versterkt zichzelf doorgaans steeds verder. Je bent onzeker omdat je denkt dat je een situatie niet aankunt, je gaat je vervolgens zo gedragen dat je de situatie inderdaad niet lijkt aan te kunnen. Je voelt zich daardoor weer een stukje onzekerder en angstiger. Het verschilt sterk hoe mensen daarmee omgaan. Sommigen willen er niet aan toegeven, gaan moeilijke situaties niet uit de weg en leren er langzamerhand steeds beter mee omgaan. Zij merken meestal op een dag dat ze eigenlijk over hun verlegenheid heen zijn. Een tweede groep mensen weet te leven met hun verlegenheid. Zij hebben er wel hinder van, maar hun doen en laten wordt er niet al te zeer door beïnvloed. De verlegenheid blijft hetzelfde. Bij de derde groep mensen wordt het steeds erger. Zij worden steeds angstiger en onzekerder en gaan meer en meer situaties vermijden. Op die manier kun je uiteindelijk in een fobie verstrikt raken, waarbij je alledaagse situaties - over straat gaan, naar de winkel gaan, in de bus stappen - niet meer aandurft.

Als je iets aan je verlegenheid wilt doen, kun je eens in gesprek gaan met je huisarts. Samen kun je kijken welke hulp bij je zou passen om je zekerder van jezelf te voelen. De huisarts kan je verwijzen naar passende hulp.

Publiek

Telefoon 0900-1450 (15 cpm)
(ma t/m vr 9:00 - 18:00 )

E-Mail vraag@korrelatie.nl

Chat Chathulpverlening
(ma t/m vr  9:00 - 17:30)

 

  

  

Webpoll:

Op vakantie gaan ervaar is als

Stem hier